De fiscus heeft weinig met hoogbegaafdheid

Vorige week hoorde ik iemand uitleggen hoe hij binnen een jaar succesvol ondernemer zou worden. Het was een indrukwekkend verhaal. Er zat een strategie in, een markt en bovendien een verdienmodel. Tegen het einde van het gesprek had ik bijna het gevoel dat ik door het leven ga met een totaal gebrek aan visie. Het enige kleine probleem was dat er nog geen onderneming bestond. Wel potentieel. Maar dat is iets anders.

Potentieel is een merkwaardig bezit. Het kan jarenlang worden vastgehouden als een pot met augurken zonder dat het bederft. Sommige mensen leven er zelfs van. Niet financieel, maar sociaal. We kennen allemaal dit type mens. Van wie al twintig jaar wordt gezegd dat deze persoon alles zouden kunnen bereiken zodra er maar focus is. Op een bepaald moment realiseer je je dat zulke opmerkingen niet meer over de toekomst gaan. Ze zijn onderdeel van het interieur geworden.

Hoogbegaafden beschikken vaak over een overvloedige voorraad potentieel. Dat is een van de redenen waarom zij zo interessant zijn. En soms ook zo vermoeiend. Ik vind mijzelf bijvoorbeeld vaak doodvermoeiend. Mogelijkheden verschijnen aan de horizon alsof ze gratis worden uitgedeeld. Er is altijd nog een bedrijf dat gestart kan worden, een boek dat geschreven kan worden, een studie die beter past of een leven dat elders lijkt te wachten. Het zijn prachtige mogelijkheden, vooral zolang ze theoretisch blijven. Een theoretisch bedrijf gaat nooit failliet, een theoretisch boek krijgt geen slechte recensies en een theoretische marathon leidt niet tot spierpijn. Potentieel leeft onder ideale omstandigheden. De werkelijkheid niet.

De werkelijkheid is een eenvoudiger verschijnsel. Zij presenteert zich zelden als idee. Meestal als assignment, klus of envelop. Een belastingaanslag, een tuin die gedaan moet worden of een irritant lekkende kraan. De werkelijkheid heeft bovendien een hardnekkige gewoonte: zij verschijnt vandaag. Nooit volgend jaar.

Dit is een reden waarom veel hoogbegaafden een ingewikkelde verhouding hebben met keuzes. Daarvan ben ik de vaandeldrager. Mogelijkheden zijn prettig omdat zij niets uitsluiten. Keuzes zijn duur omdat zij altijd ergens een deur sluiten. Zolang iets mogelijk blijft, blijft alles open. Op het moment dat een keuze wordt gemaakt, verschijnen ook de consequenties. Daarom blijven sommige mensen zich maar altijd voorbereiden. Er is altijd nog een cursus te volgen, een boek te lezen, een analyse te maken of een coach te bezoeken. Alsof er ergens een hoeveelheid inzicht bestaat waarna handelen vanzelf volgt. Tot nu toe heb ik daar weinig bewijs voor gezien.

Sterker nog, sommige mensen verzamelen zoveel inzicht dat het een hobby wordt. Zij begrijpen inmiddels uitstekend waarom zij uitstellen, waarom zij twijfelen, waarom zij vastlopen en waarom zij zich gedragen zoals zij zich gedragen. Na verloop van tijd wordt de verklaring groter dan het probleem. Intussen ligt dezelfde envelop/klusje nog steeds op tafel.

Het tragische is dat de rekening van potentieel zelden terechtkomt bij degene die droomt. Vaak betaalt iemand anders mee. Een partner die de afwas doet, een gezinslid dat de afspraken maakt of een collega die de praktische problemen oplost. Iemand die, vaak zonder daar veel woorden aan vuil te maken, de werkelijkheid draaiende houdt. Dat gaat jarenlang goed. Totdat bewondering langzaam verandert in vermoeidheid. Want potentieel is aantrekkelijk. Verantwoordelijkheid is onmisbaar. En bespreekbaar maken is complex.

Zo’n gesprek leidt zelden tot opluchting. Integendeel. Vaak ontstaat een tweede probleem. De persoon die jarenlang de toko grotendeels draaiende hield, wordt ineens niet gezien als degene die iets heeft opgelost, maar als diegene die belemmert. Dat is het meest pijnlijke onderdeel van de rekening van potentieel. Niet alleen dat iemand anders jarenlang meebetaalt, maar dat deze persoon vervolgens ook nog de rekening krijgt gepresenteerd in de vorm van verwijten. Dat de ander onvoldoende begrijpt, ondersteunt, gelooft of stimuleert. Alsof het probleem niet ligt in het uitblijven van handelen, maar in het gebrek aan enthousiasme van de omgeving. Op dat moment verandert potentieel in een alibi.

In het begin van relaties zijn mensen vaak verliefd op potentieel en niet op het alibi. Op ideeën, ambitie, mogelijkheden en toekomst. Dat heeft iets verleidelijks. Een mens die veel mogelijkheden ziet, ziet immers ook veel werelden die nog gebouwd kunnen worden. Na verloop van tijd verschuift de aandacht. Dan worden andere eigenschappen aantrekkelijk zoals betrouwbaarheid, aanwezigheid of verantwoordelijkheid. Niet omdat dromen minder belangrijk worden, maar omdat iemand uiteindelijk ook de kinderen moet ophalen of de loodgieter moet bellen. Niemand leeft samen met potentieel. Mensen leven samen met gedrag.

Dit is een ongemakkelijke waarheid waar veel gesprekken over hoogbegaafdheid uiteindelijk omheen draaien. Potentieel voelt als beweging, zelfs wanneer er niets beweegt. Het geeft het geruststellende gevoel dat er iets op komst is. En soms is dat ook zo. Maar soms wordt potentieel een manier om de confrontatie met de werkelijkheid nog even uit te stellen. Want potentieel is een van de weinige valuta waarmee je bijna alles kunt kopen: respect, complimenten, vergezichten, dagdromen of verwachtingen. Alles eigenlijk. Behalve boodschappen. En de fiscus heeft er al helemaal weinig mee.

Harry Veenendaal | Eindbaas Mandeville

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Website by Webroots