Over de eigenschappen die we wel en niet aan hoogbegaafdheid toeschrijven.
Sherlock Holmes geldt voor velen als het ultieme voorbeeld van intelligentie. Analytisch, creatief en een meester in het leggen van verbanden. Sherlock Holmes is hoogbegaafd, punt. Opvallend genoeg geldt dat ook voor zijn grootste angstgegner, professor Jim Moriarty. Net als Sherlock Holmes is Moriarty uitzonderlijk intelligent, briljant analytisch en in staat om patronen te zien die anderen ontgaat. Maar waar Holmes zijn intelligentie gebruikt om misdaden op te lossen, gebruikt Moriarty precies diezelfde vermogens om misdaden te organiseren. Dat roept een interessante vraag op. Waarom worden eigenschappen als creativiteit, gevoeligheid en rechtvaardigheidsgevoel zo gemakkelijk aan hoogbegaafdheid gekoppeld, maar niet eigenschappen zoals manipulatie, egoïsme of destructiviteit? Niemand concludeert uit het bestaan van Holmes en Moriarty dat intelligentie op zichzelf moreel goed of slecht is. Waarom gebeurt dat wel in de discussie over hoogbegaafdheid?
Een opvallende asymmetrie
Wanneer een hoogbegaafde persoon creatief is of een sterk rechtvaardigheidsgevoel heeft, wordt dit vaak toegeschreven aan de hoogbegaafdheid. Maar zodra een hoogbegaafde persoon narcistisch, manipulatief, gewelddadig of moreel ontspoord blijkt te zijn, verandert de redenering plotseling. Deze eigenschappen hebben dan ineens niets met hoogbegaafdheid te maken. Maar waarom worden de positieve eigenschappen wel aan hoogbegaafdheid gekoppeld en de negatieve niet? Albert Einstein wint de Nobelprijs. Dan wordt meteen naar zijn intelligentie verwezen. Maar wanneer Bernard Madoff miljoenen verduistert of Ted Kazcynski (de Unabomber) bombrieven verstuurt, schrijven we dat vrijwel nooit toe aan hoogbegaafdheid. En terecht. Maar waarom zouden creativiteit, gevoeligheid en rechtvaardigheidsgevoel dan wél automatisch uit die hoogbegaafdheid voortvloeien?
Het cafetariamodel
Soms bekruipt mij het gevoel dat hoogbegaafdheid wordt behandeld als een cafetariamodel. Het bord wordt vol geschept met aantrekkelijke eigenschappen zoals creativiteit, autonomie of nieuwsgierigheid. Maar de minder aantrekkelijke eigenschappen laten we op het buffet liggen. Die verklaren we liever vanuit persoonlijkheid, opvoeding, omstandigheden of individuele keuzes. Dat voelt intuïtief prettig, maar is intellectueel moeilijk vol te houden.
Intelligentie lijkt opmerkelijk weinig te zeggen over de morele richting waarin iemand zich ontwikkelt. Op zich is dat logisch want intelligentie is geen karakter of moraal. Naarmate we meer positieve eigenschappen aan hoogbegaafdheid koppelen, ontstaat de verleiding om hoogbegaafdheid als een vorm van morele superioriteit te zien. Zoals u in Mandeville Perspectief #5 heeft kunnen lezen, is dat niet zonder risico’s. Niet omdat hoogbegaafden die eigenschappen niet kunnen hebben, maar omdat miljoenen mensen zonder hoogbegaafdheidslabel die eigenschappen eveneens bezitten. En omdat hoogbegaafden net zo goed egoïstisch, destructief of moreel twijfelachtig kunnen zijn als ieder ander.
Moriarty
Dat brengt ons terug bij Jim Moriarty. Vrijwel niemand schrijft zijn misdaden toe aan zijn hoogbegaafdheid. Maar als we zijn misdaden niet verklaren vanuit zijn intelligentie, waarom zouden we zijn eventuele gevoeligheid of rechtvaardigheidsgevoel dan automatisch wel vanuit die intelligentie verklaren? Hier zit de denkfout. Hier zit volgens mij de denkfout. Eigenschappen die regelmatig voorkomen bij hoogbegaafden worden soms behandeld alsof ze door hoogbegaafdheid worden veroorzaakt, terwijl dat twee totaal verschillende beweringen zijn. Niemand concludeert uit het bestaan van Moriarty dat hoogbegaafdheid manipulatief maakt. Waarom wordt uit het bestaan van een gevoelige hoogbegaafde dan wel geconcludeerd dat hoogbegaafdheid gevoelig maakt?
Een neutraler beeld
Misschien moet hoogbegaafdheid neutraler worden bekeken. Zoals muzikaliteit of atletisch vermogen. Een uitzonderlijke hardloper kan een marathon winnen, maar ook een overval plegen. De snelheid van de hardloper zegt niets over diens moraal. Dat geldt ook voor intelligentie. Het vergroot de mogelijkheden. Niets meer, niets minder. Hoogbegaafdheid maakt iemand niet automatisch gevoeliger, creatiever of rechtvaardiger. Niet beter, maar ook niet slechter. Hoogbegaafdheid vergroot vooral de mogelijkheden. Sherlock Holmes had die mogelijkheden. Jim Moriarty, Bernard Madoff en de Unabomber ook. En juist daarom is intelligentie veel neutraler dan graag wordt gedacht. Daarmee komen we terug bij een hamvraag die inmiddels een bekend thema is geworden binnen de Mandeville Perspectieven: wat ga je als hoogbegaafde doen met de mogelijkheden die je hebt gekregen?
Harry Veenendaal | Eindbaas Mandeville
Kenmerken van hoogbegaafdheid heeft voor mij geen moralistisch insteek, maar is een manier voor mij om vooral goed een situatie of gegevens te beschrijven en te verklaren zoals Sherlock Holmes dat ook doet.
Analytisch zijn is een gave die ik gebruik om systemen, processen en menselijk gedrag te doorgronden. Dat pas ik allemaal toe in mijn vakgebied informatiemanagement. In mijn loopbaan beweeg ik me graag op het snijvlak tussen business en IT en heb ik verschillende rollen en perspectieven gekregen over hoe dingen in elkaar steken. En die perspectieven verrijken me enorm om grip te krijgen op de imaginaire werkelijkheid.