Gisteren las ik het gesprek tussen Joris Luyendijk en Lisa Loeb In NRC Handelsblad over pesten, anders zijn, gevoeligheid en hoogbegaafdheid. Velen van u zullen het een en ander herkennen. De ervaring dat je meer vragen stelt dan je omgeving prettig vindt, de intensiteit, het gevoel anders te zijn en het verlangen naar mensen bij wie je je thuis voelt.
De beschrijving van Luyendijks eerste ontmoeting met Mensa zal voor sommigen van u ook ongetwijfeld herkenbaar zijn. Voor veel hoogbegaafden is het een bijzondere ervaring om voor het eerst een ruimte binnen te lopen waar niemand vreemd opkijkt van een gesprek dat alle kanten op schiet.
En toch bleef ik tijdens het lezen met een ongemakkelijk gevoel achter. Niet omdat ik denk dat Luyendijk ongelijk heeft. Maar omdat ik denk dat het gesprek blijft steken op een plek waar de hoogbegaafdheidswereld al jaren blijft steken: de identiteit.
De verleiding van het label
Het interview bevat veel ervaringen die hoogbegaafden zullen herkennen. Het gevoel anders te zijn, intenser te denken of meer vragen te stellen dan de omgeving prettig vindt. Maar tijdens het lezen bleef één vraag door mijn hoofd spoken: stel dat dit allemaal waar is. En dan? Uiteindelijk is het niet zo interessant dát iemand meer ziet, voelt of begrijpt. De werkelijk interessante vraag is wat iemand vervolgens met dat inzicht doet.
De verborgen aantrekkingskracht van hoogbegaafdheid
Misschien moeten we eerlijk zijn over iets waar nauwelijks over wordt gesproken. Hoogbegaafdheid kan ook comfortabel worden. Een verklaring voor al het leed is immers prettig. Zeker wanneer je jaren hebt rondgelopen met het gevoel anders te zijn. Dan vallen er puzzelstukjes op hun plaats. Dáárom werkte school niet, dáárom werd ik uit vriendengroepjes gegooid of dáárom waren bepaalde gesprekken zo vermoeiend. Waardevol. Maar iedere verklaring kent risico’s. Namelijk dat zij langzaam, als de jaren voortschrijden, verandert in een identiteit.
Het probleem van de uitzonderlijke uitzondering
Wat mij opvalt in veel gesprekken over hoogbegaafdheid, is dat intelligentie bijna automatisch wordt verbonden aan karakter. Alsof hoogbegaafden bijna ‘betere mensen’ zijn dan anderen. En daar ben ik helemaal niet zo zeker van. Ik heb briljante mensen ontmoet die louter met zichzelf bezig waren en mensen met een gemiddeld IQ met een enorme nieuwsgierigheid, wijsheid en morele moed. Intelligentie zegt veel, maar niet alles. En al helemaal niet over karakter.
Iedereen slim!
Bij Mandeville ontmoeten studenten vaak voor het eerst meerdere ontwikkelingsgelijken. Dat is vaak een bijzondere ervaring. Niemand hoeft meer uit te leggen waarom drie boeken tegelijk worden gelezen. Niemand hoeft zich te verontschuldigen voor moeilijke vragen. Maar daarna gebeurt iets interessants. Intelligentie verdwijnt langzaam naar de achtergrond. Niet omdat zij onbelangrijk wordt, maar omdat iedereen uitzonderlijk intelligent is. Plotseling ontstaan de verschillen ergens anders zoals bij nieuwsgierigheid, initiatief of verantwoordelijkheid. De student die het verst komt, blijkt lang niet altijd degene met het hoogste IQ. Vaak is het de student die ergens werkelijk door gegrepen wordt.
Hoogbegaafdheid is een beginpunt
Luyendijk zegt ergens dat hoogbegaafdheid levens kan redden omdat veel jongeren thuiszitten doordat hun kwaliteiten niet worden erkend. Daar heeft hij waarschijnlijk gelijk in. Erkenning is belangrijk, soms zelfs noodzakelijk. Maar erkenning is niet het eindpunt, maar het startpunt. Daarna begint een veel moeilijker gesprek. Niet de sleetse vraag ‘waarom ben ik anders’ (vraag ChatGPT), maar wat ga ik in vredesnaam doen met het inzicht? Uiteindelijk mag hoogbegaafdheid de persoonlijkheid niet domineren, noch de bestemming. Hoogbegaafdheid – uitzonderlijk potentieel – is ‘at best’ een verzameling mogelijkheden. En mogelijkheden zijn alleen interessant als je besluit verantwoordelijkheid ervoor te nemen.
Misschien ligt daar wel het verschil tussen identiteit en potentieel. Identiteit vraagt om erkenning. Potentieel vraagt om actie. Daarom is voor mij de belangrijkste vraag niet wie je bent, maar wat je met de mogelijkheden doet die je hebt gekregen. Want hoogbegaafdheid is pas interessant wanneer zij zichtbaar wordt in iets wat groter is dan jezelf.
Harry Veenendaal
Wat een inzichtgevend stuk!
Vaak wordt er gesproken over dat iemand gegrepen wordt door een vak of vakgebied en dan daarin excelleert.
Ik ben Mensa lid maar ik herken me daar niet in.
Ik ben zelf aangenaam verrast door het gegeven dat je multipotential kunt zijn. Dus niet 1 vak of vakgebied maar vele. Dit hoorde ik op een congres van 10 jaar IHBV van Catelijne Gerlag.
In combinatie met de kerntalenten analyse van Danielle Krekels zette me dat op het juiste spoor en herkende ik me daarin als (uitzonderlijk) hoogbegaafde.
Ik ben benieuwd wat lezers hiervan vinden!
Ik woon met mijn vrouw sinds 6 maanden in Italië waar we Casal dei Fichi hebben gekocht. Een, al zeg ik het zelf, prachtige boutique country house waar we vakanties en retraites organiseren. Óók een retraite op het vlak van hoogbegaafdheid ligt in de planning!
Saluti,
Jeroen
Dat klinkt fantastisch, Jeroen! Keep me posted!
Hier ben ik het zo mee eens!
Het zou interessant zijn als deze vorm van bildung ook als een soort extern honours programma bij een universiteit mogelijk was. Of zelfs een jaar tussen bachelor en master in, om de masterkeuze te onderbouwen. Zeker voor hoogbegaafden die een keer versneld zijn.
Dank! Met Mandeville lijnen we op naar een Testimonium Year. In Angelsaksische landen is het normaal om een gap year te doen (MIT raadt het zelfs expliciet aan). Voor topuniversiteiten is een cijferlijst onvoldoende om binnen te komen. Je moet je academische nieuwsgierigheid tonen. Dat kan op tal van manieren. In Nederland zitten we gekokerd in het idee van cijferlijsten. Mede om die reden gaan er weinig scholieren direct na VWO/Gym naar Ivy league universiteiten. Niet omdat ze niet goed genoeg zijn, maar omdat ze een breder portfolio missen. Dat lost zich vaker op na de bachelor.
Heerlijk dat je dit perspectief onder woorden hebt gebracht. Dank daarvoor.
Zo belangrijk om uiteindelijk op een plek in de maatschappij uit te komen waar je tot je recht komt, je potentieel benut en gelukkig bent! Maar inderdaad hoe daar te komen is de vraag voor veel hoogbegaafden?
Ik zie helaas nog zoveel hoogbegaafden in de GGZ belanden en worstelen met zichzelf en de maatschappij!
hallo Harry, wat een herkenbaar en helder inzicht. Mooi beschreven.
Hier is bijna niets aan toe te voegen.
Behalve wellicht nog de versie, waarbij de identiteit, en de manier hoe mensen daarop reageren, vertaald wordt naar een slachtoffersrol.
Dan wordt een (niet voldoende herkend) talent ineens een enorme belemmering voor waardevolle sociale contacten,
De conclusie ligt dicht bij een eenvoudige wijsheid, ooit verwoord in een liedje: “It ain’t what you do, it’s the way that you do it, and that’s what gets results” (Ooit van Ella Fitzgerald, weer bekend geworden door de Bananarama uitvoering: https://www.youtube.com/watch?v=vfbR__bcuKY)
Kortom: een mooie conclusie van iemand die al jaren bezig is om hoogbegaafde mensen een beschermde en ook uitdagende omgeving te geven.
Waarbij ik kan melden dat ik al veel hoogbegaafde mensen heb ontmoet, die via vakmanschap zelf hun talent uitgenut hebben.
Gelukkig wordt talent (ook anders dan hoogbegaafdheid) steeds vaker herkend en erkend!